Twee spelers, tien kaarten elk. Elke beurt trek je een kaart (van de gesloten stapel of van de bovenkant van de aflegstapel) en leg je er een af, terwijl je je kaarten in combinaties probeert te krijgen: drie of vier kaarten van dezelfde waarde, of drie of meer opeenvolgende kaarten van dezelfde kleur. Kaarten buiten een combinatie zijn je dode hout (plaatjes tellen tien, het aas één): is dat tien of minder, dan mag je kloppen en de ronde beëindigen; bij nul is het ‘gin’, goed voor vijfentwintig extra. De tegenstander legt zijn dode hout aan bij jouw combinaties (niet bij gin) en het verschil tussen beide totalen is voor jou; maar houdt hij minder over dan jij, dan heeft hij je een undercut gegeven en krijgt hij het verschil plus vijfentwintig. Wie het eerst honderd haalt, wint.
Mini Games GO